Interview met Kirsten Poortier
USVA-café expositie december 2004 - januari 2005
Door Marjolein Cremer

Terug


Een stukje geschiedenis

Kirsten Poortier, vierdejaars studente aan de Kunstacademie Minerva, maakt levensgrote zelfportretten. Met pastelkrijt op papier ontstaat haar eigen portret. "Mijn drang om zelfportretten te maken komt niet alleen voort uit mijn fascinatie met het menselijk gelaat, maar ook heel sterk vanuit de angst om onzichtbaar te zijn."

Vanaf haar dertiende jaar tekende ze al mensen na. Ze was gefascineerd door het portret. Na de middelbare school ging ze voor een jaar naar Amerika, daarna studeerde ze een jaar filosofie aan de universiteit. Ze wilde graag bezig zijn met haar kunst, maar wist niet of ze daar wel elke dag mee bezig kon zijn. Toch, uit verveling, stroomde het bloed waar het niet gaan kon en besloot ze in 2002 zich aan te melden voor de Academie Minerva. Ze werd meteen aangenomen. In haar begin jaren gebruikte ze fotografie als medium. Hieruit sneed ze portretten. Ze realiseerde zich dat ze met deze portretten verder wilde en ze begon met krijt op papier te werken. Op dit moment is ze vooral aan het experimenteren met haar zelfportret.


Werkomschrijving

De portretten die ik maak liggen in het verlengde van mijn fascinatie voor hoe mensen in elkaar zitten. Deze fascinatie heb ik altijd al gehad, als baby al. Ik ben gevoelig voor sfeer en had daar eerst problemen mee, maar nu ervaar ik het als een sterk punt, ik kan goed inschatten hoe een sfeer is. Voordat je echter goed naar de ander kan kijken, moet je ook eerlijk naar jezelf kunnen kijken. Heel vervreemdend is het echter dat je er bijna niet achter kunt komen hoe anderen jezelf zien. Dit geldt ook voor je buitenkant: als je in de spiegel kijkt, heb je een bestudeerde uitdrukking, net als op foto's vaak het geval is. Het is een merkwaardig gevoel als ik mezelf op een foto bekijk, en deze sterk uitvergroot nateken. Aan de ene kant ken ik mezelf door en door, aan de andere kant creŽer ik een soort afstand tot mezelf door zo'n proces van reproduceren.

Mijn drang om zelfportretten te maken komt niet alleen voort uit mijn fascinatie met het menselijke gelaat, maar ook heel sterk vanuit de angst om onzichtbaar te zijn. Zelfportretten maken ervaar ik als een belangrijke stap voor mezelf. Op school wilde ik gewoon opvallen en bijzonder zijn, dit lukte me niet. Ik kan me onzeker voelen, maar als mensen mij herkennen in mijn portretten is dat een bevestiging voor mezelf, dat ik toch belangrijk ben. Ik wil gezien worden door de ander, in ieder geval niet over het hoofd gezien worden. Zo vervullen mijn grote getekende zelfportretten de functie om mezelf zichtbaar te maken, iets wat ik in het dagelijkse leven niet altijd durf.


Materiaal

Tot voor kort maakte ik mijn portretten op papier, om de simpele reden dat ik wilde dat het tekeningen bleven. Nu ben ik echter begonnen om op houten panelen te werken. Ik vind het belangrijk om de kwetsbaarheid van mijn materialen als pastelkrijt een gedegen en stevige ondergrond te geven, het is daarom ook een puur praktische overweging die ik op het eerste gezicht heb gemaakt. Daar krijg ik bepaalde gevoelens bij. Hout kun je, in tegenstelling tot papier en doek, niet rollen, vouwen, kreuken of op een andere manier met mensenhanden vervormen. Deze kracht die ik nu aan mijn werken geef, deze onkreukbaarheid zou ik voor mezelf in het dagelijkse leven ook wel willen hebben.

Als basis gebruik ik foto's van mezelf, die ik nateken of projecteer op mijn werkvlak. Via foto's kan ik toch iets meer afstand van mezelf nemen dan wanneer ik met een spiegel zou werken. Ook geeft het me meer ruimte om te experimenteren met verschillende standpunten en gezichtsuitdrukkingen. Tenslotte werk ik vooral met tekenmaterialen als krijt, omdat ik het fijn vind om zo letterlijk mogelijk met mijn handen mijn werk te maken, zonder tussenkomst van werktuigen. Krijt heeft ook iets kwetsbaars en vergankelijks, wat ik meer associeer met eigenschappen die ik heb dan ik zou doen met andere materialen. De tegenstelling tussen de stevige achtergrond en het kwetsbare krijt is niet bewust. Achteraf klopt het gebruik van krijt met hoe ik het kunstwerk en mezelf ervaar.


Inspiratie

Mensen bestuderen is iets wat ik altijd al deed. De drang ontstond bij mij om dit verder te onderzoeken. Ik ben jaren geleden al begonnen met het natekenen van mensen van foto's. Door het nauwkeurig bekijken van hun gelaat, hoopte ik dingen op te pikken over mensen die ze liever niet aan de oppervlakte zouden willen zien. Maar je kijkt altijd naar de buitenwereld door een bril van je eigen bewustzijn, en zo wordt elk portret voor een groot deel ook een zelfportret. Daarom heb ik sinds een jaar de stap naar het zelfportret gemaakt. Het maken van een zelfportret betekent voortdurend afwegen wat ik wil laten zien van mezelf en wat ik liever verberg.
Er zijn elementen van mijn gezicht die ik bij schaaf, omdat ik het niet mooi vind; sommige dingen mag ik laten zien of overdrijf ik bewust, omdat ik die juist wel mooi vind. Ik versterk of verzwak dingen bewust. Verder maak ik het kunstwerk zo kaal mogelijk, ik wil geen kleding of versieringen laten zien, zoals mijn neuspiercing.
Het portret is een combinatie van elementen die mij herkenbaar maken en nieuwe dingen die ik ontdek tijdens het kijken en het tekenen.
Het meest kenmerkend van mezelf vind ik mijn ronde gezichtsvorm, vroeger ervoer ik die als vervelend, nu laat ik het gewoon zien. Een onderkin? Gewoon tekenen!

Ik gebruik etherische kleuren of pastelkleuren omdat ze een mooi effect geven, of ik gebruik stevige kleuren omdat die wat harder overkomen. Ik probeer van alles uit. In de toekomst wil ik het 'mooie' niet meer zo naar voren brengen, het is niet precies wat ik wil. Ik wil niet meer zo afpolijsten en dingen die ik verberg, toch terug laten komen. De volgende stap in mijn zelfportretten is meer durf tonen!